Hoera, het is een kind!

Jolien SpoelstraBABYBYTES.Reageren

Een jaar terug liep ik met mijn toen 4-jarige zoontje op een rommelmarkt. Als betoverd bleef het mannetje ineens voor een kraampje staan. Het bleek een doos vol My Little Pony’s, waardoor zijn interesse was gewekt. Even later liep hij dolgelukkig met een roze exemplaar bij het kraampje vandaan en de rest van de dag liet hij aan iedereen trots zijn nieuwe speelgoed zien. Het viel mij op hoe leuk de reacties van volwassenen hierop waren. Alleen twee jongetjes van 6 jaar reageerden afkeurend. ‘Als je dat leuk vindt, dan ben je een meisje!’. ‘Nee hoor’, zei mijn zoontje, ‘ik ben gewoon een jongetje dat van My Little Pony houdt’. 

Als seksuoloog krijg ik geregeld vragen van bezorgde ouders over de ontwikkeling van hun kind. ‘Is het normaal dat mijn dochter van 3 zegt dat ze een piemeltje wil?’. ‘Moet ik mij zorgen maken als mijn zoontje van 4 zich als prinses verkleedt?’. Op zich begrijpelijk, want de laatste jaren is er veel om te doen: GENDERDYSFORIE.

De sekse van een kind wordt tegenwoordig vaak al tijdens de 20-weken echo vastgesteld en verwijst naar het biologische geslacht, dus of je kind het lichaam van een jongen of meisje heeft. Vanaf ongeveer 3 jaar weten kinderen zelf of ze het lijf van een jongetje of meisje hebben, maar ze denken soms nog wel dat dat later kan veranderen. Wanneer kinderen rond de 5 jaar zijn, snappen ze dat hun sekse in principe een vaststaand gegeven is. In deze periode begint ook genderidentiteit een rol te spelen, het innerlijke gevoel een jongen of meisje te zijn. Een kind dat zich dan als jongetje of meisje identificeert, zal zich doorgaans ook meer volgens die genderrol gaan gedragen en ander gedrag afwijzen. Een jongetje wil dan bijvoorbeeld vooral met auto’s spelen en geen roze kleren meer aan. Wanneer kinderen rond de 6 jaar zijn, zijn hun ideeën over hoe jongens en meisjes zich gedragen en eruit zien vaak erg zwart-wit. Maar als het goed is, komt daarna in deze opvattingen langzaamaan weer meer ruimte voor kleur. 

Wanneer er sprake is van genderdysforie matchen sekse en genderidentiteit niet met elkaar. Een kind met het lichaam van een jongen voelt zich dan een meisje, en andersom. Kinderen ervaren dan vaak een naar gevoel bij hun biologische geslacht en ze gedragen zich en willen eruitzien zoals typisch verwacht wordt van de andere sekse. Ook kunnen kinderen zich soms met geen van beide geslachten identificeren (‘agender’) of geven ze aan er ‘ergens tussenin te zitten’. Omdat alle kinderen van elkaar verschillen en net even anders ontwikkelen, hoeft het niets te betekenen als ‘een meisje van 3 zegt een piemeltje te willen’ of ‘een jongen van 4 zich als prinses verkleedt’. Pas wanneer de mismatch op meerdere gebieden tot uiting komt en aanhoudend is, kan het duiden op genderdysforie en is het goed een specialist te raadplegen. In Nederland kan je hiervoor o.a. terecht bij het Kennis- en Zorgcentrum voor genderdysforie VUmc in Amsterdam en het Groninger Genderteam UMCG. 

Wil je zelf meer over dit onderwerp weten, bezoek dan de website van Transvisie of bekijk de documentaire ‘Valentijn’ van Hetty Nietsch, ‘Transgender Kids’ van Louis Theroux of het programma ‘Hij is een zij’. Niets dan lof voor de kinderen die hierin te zien zijn! Laten wij ons eigen grut vooral bijbrengen dat iedereen zichzelf mag zijn. Dat jongetjes van roze kunnen houden en meisjes met auto’s mogen spelen. Want het is toch juist kleur, waardoor onze wereld zo prachtig is!


gepubliceerd op BabyBytes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *